Er mag peper in de roze soep
Ik ga hier niet schrijven over de slechtheid van homoseksualiteit. Dat is niet realistisch. Ik ga ook niet schrijven over de goedheid van homoseksualiteit. Dat is niet idealistisch. Waar ga ik dan wel over schrijven? Over wat er leeft in het dal van de kloof tussen de katholieke Kerk en de homowereld. Daarbij laat ik de misbruikkwestie achterwege. Niet uit ongemak, maar omdat het verduistert wat ik wil zeggen.
Het dal: casus 1
Een samenwonende homo voelt in zich het verlangen om vaker naar de kerk te gaan. Hij komt naar mij toe en stelt vragen. Ik geef hem rustig de katholieke antwoorden en raad hem aan om af en toe naar de Aanbidding te komen, de Rozenkrans te bidden en catechese te volgen. Ik leg uit waarom ik hem (nog) niet de absolutie en de communie kan geven. Hij is wel van harte welkom in de Mis en kan eventueel een taak in de parochie krijgen. De man blijft contact houden. Hij volgt de adviezen op en voelt zich gelukkiger. Na een periode van stilte mailt hij:
“Ik heb mijn gezicht de laatste tijd wat minder laten zien. Dat vind ik jammer, maar er zijn wat privéproblemen geweest. (…) En mijn studie gaat ook verder. Geestelijk voel ik me erg goed, ondanks mijn afwezigheid tijdens de catechese. Nog steeds bid ik elke avond een rozenhoedje en dat geeft mij veel rust. Bij veel mensen zal het herkenbaar zijn dat je, als je met iets nieuws begint, snel resultaat wilt zien, of voelen. Bij het bidden van het rozenhoedje had ik aanvankelijk niet zo zeer het gevoel dat ik een resultaat voelde. Ik bad omdat ik me min of meer verplicht voelde, om God te laten zien dat ik spijt heb van hetgeen ik in het verleden heb gedaan. Op een gegeven moment kwam er een keerpunt, ik ben gaan bidden voor anderen. Voor mij een teken dat God mij naar de toekomst liet kijken in plaats van naar het verleden. Ik heb u hierover ook verteld. Dit voelde voor mij als een bevrijding, een bevrijding van het verleden. Wie er luistert, God, Jezus of Maria, of alle drie, dat kan ik niet aangeven, maar het gevoel dat ik gehoord word heb ik wel. Erg bijzonder en heel prettig om dat te mogen ervaren. Mijn blik is inmiddels gericht op de toekomst. Ik krijg het gevoel dat ik in de buurt begin te komen van de juiste weg, en dat is een prettig gevoel. Ik heb nog niet helemaal duidelijk wat mijn volgende stap kan/zal zijn, na ‘Waarom Jezus?’, de Alphacursus en de catechese, maar ik wil wel de ingeslagen weg vervolgen en zeker niet terugkeren naar waar ik vandaan kwam. Na dit hele verhaal, is het tijd voor een rozenhoedje. Uiteraard bid ik voor mijn vader en moeder en voor mijn vriend, maar ik bid ook voor mezelf, dat God mij verder mag helpen op weg naar de 'goede weg', die ik eerder in mijn leven gemist heb. En, tot slot, ook voor u, als dank voor de hulp die u mij tot op heden geboden heeft bij mijn zoektocht.”
Wat ik hiermee wil zeggen is dat de gestrengheid van de Kerk als die van een moeder is. En dat lang niet alle homo’s de behoefte hebben deze Moeder te veranderen.
Casus 2
Ten tijde van de hostie-rel in Reusel en het daaropvolgende protest in Den Bosch, schaar ik mij in een preek achter de pastores. Geen protest. Als een plaatselijk krantje hierover vragen stelt, benadruk ik dat het níet om discriminatie gaat. Hetero’s die samenwonen of gescheiden en hertrouwd zijn, moeten net zo goed luisteren naar de Kerk. Er wordt een vette kop bij geplaatst, plus een foto van mij en een klok. Resultaat is dat een goede vrijwilliger, wiens petekind homo is, al zijn activiteiten neerlegt. Hij wist hoe ik over de materie dacht, maar er zo mee te koop lopen dat ging hem te ver. Daar werd hij in de familie op aangesproken. In zijn toelichting schrijft hij: “Duidelijk is het dat er binnen het Bisdom geen eenduidig standpunt is in deze.”
Dit laatste is natuurlijk een pijnlijke waarheid. De angstige opstelling van kerkleiders brengt mensen in verwarring. Je kunt dan als pastoor niet meer vrij spreken over de katholieke leer. Voor hen die de homo-emancipatie willen doorduwen in de Kerk is dat winst. Voor hen die behoefte hebben aan méér dan een zachte hand, is het verlies.
Slot
De Kerk is met de handen gebonden doordat de mensen dom zijn geworden. Ze hebben weinig tot geen geloofskennis en worden dagelijks gebombardeerd met ideologisch gebral, ook uit de homohoek. De woorden van de Kerk worden niet meer begrepen. Mijn stelling is dat als homo’s en lesbiennes zich zouden verdiepen in hun geloof, ze zouden doorzien hoe eenzijdig de voorstelling van zaken vaak is. Dan blijven er nog een heleboel homo’s die niets met de Kerk te maken willen hebben. Die gaan hun eigen weg. Wat ik dapper zou vinden is als de homo’s en lesbo’s die aangeven kerkelijk te zijn, een proteststem lieten horen. Bijvoorbeeld bij het voornemen om christelijke scholen te dwingen homoleraars aan te nemen. Of als trouwambtenaren gedwongen worden homohuwelijken in te zegenen. Waar zijn de christelijke homo’s die hiertegen protesteren? Zij zijn degenen naar wie het eerst geluisterd zou worden. Ik ben ervan overtuigd dat mensen als Pim Fortuyn en Geert Wilders voor de acceptatie van hun ideeën veel te danken hebben aan hun homostandpunt. Dat moet de Kerk niet proberen. Maar homo’s en lesbiennes kunnen het wel. Er mag best wat peper in de roze soep!
Pastoor Harm Schilder, Tilburg
Laatst aangepast (woensdag, 25 augustus 2010 07:29)