Asielprocedure moet geoptimaliseerd worden
In navolging van het internationale (juridisch) congres Fleeing homophobia and seeking safety in Europe heeft VluchtelingenWerk Nederland een themadag Genderspecifieke vervolging georganiseerd. Op de themadag wilden we wat meer ingaan op de praktische uitwerking en (juridische) begeleiding van LGBT-vluchtelingen. Eén van de conclusies die voortkwam uit Fleeing homophobia was: “Het vaststellen van iemands seksuele geaardheid of genderidentiteit moet, in principe, gebaseerd zijn op zelfidentificatie en dient niet te vallen onder medische of psychiatrische categorieën. Interviewers, beslisambtenaren, beleidsmakers, de rechterlijke macht en juridische hulpverleners moeten worden getraind en opgeleid zodat zij beter begrip hebben voor iemands seksuele geaardheid en/of gender identiteit, en er moet worden voorkomen dat zij nutteloos vertrouwen op stereotypen.” Daar ligt dus nog een taak voor, onder andere, VluchtelingenWerk.
Na een indrukwekkend filmfragment over het leven van homo's in Oeganda beet Boris het spits af met een voordracht over de positie van homo’s in landen waar homoseksualiteit bij wet verboden is. Met een aantal aangrijpende voorbeelden wist hij de huidige stand van zaken in de wereld te schetsen. Thomas vervolgde met een interessante uiteenzetting van de juridische aspecten van zaken waarin homoseksualiteit een vluchtmotief vormt. Waarbij hij sarcastisch opmerkte dat uitspraken van de hoogste bestuurlijke rechter (Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State) op sommige punten doorspekt zijn met homofobie. Het is echt opmerkelijk dat waar Nederland op het gebied van gelijke rechten vooral probeert het beste jongetje van de klas te zijn, ons land op het terrein van homorechten (bescherming bieden aan homoseksuele vluchtelingen) samen met Oostenrijk, tot één van slechtste landen van Europa behoort.
Na de lunch, waarbij er uitgebreid werd genetwerkt, ging Michel in op de praktische aspecten van begeleiding van homoseksuele vluchtelingen. Veel gevluchte homo’s durven in eerste instantie helemaal niet aan te geven dat ze gevlucht zijn vanwege hun homoseksualiteit. Hoe breng je dit ter sprake? En hoe toont een vluchteling aan dat hij homoseksueel is? Michel interviewde daarop een drietal cliënten die op soms aangrijpende en soms ook schokkende wijze vertelden hoe de situatie in het land van herkomst is voor homo’s. Geïnterviewd werden een man van 31 uit Irak, die op dit moment een herhaald asielverzoek doet omdat hij in een eerste procedure niet heeft aangegeven dat hij was gevlucht vanwege zijn seksuele geaardheid, een 31-jarige vrouw uit Oeganda wiens asiel verzoek is afgewezen en waarvoor beroep bij de rechtbank is aangetekend en een 21-jarige man uit Kameroen die een verblijfsvergunning heeft gekregen.
Wat waren hun eigen ervaringen in zowel hun thuisland als in Nederland? Hebben ze iets in de (juridische) begeleiding gemist en wat kunnen zij ons hierbij meegeven? Wat is wenselijk en wat niet? Het is volgens de geïnterviewden vooral belangrijk dat er een wederzijds respect is en dat de medewerkers vooral niet bevooroordeeld zijn. Alleen dan kan er een goede vertrouwensband worden opgebouwd en is er ruimte om te praten over ook wat intiemere zaken. Echter, er moet wel van meet af aan duidelijk worden gemaakt dat het van essentieel belang is dat de daadwerkelijke vluchtmotieven naar voren worden gebracht.
In het open debat, geleid door dagvoorzitter Trees Wijn, hoofd asiel VluchtelingenWerk, werden naar eigen ervaringen ook aanbevelingen gedeeld. Immers, dat was doel van deze dag, naast het meegeven van tools om juist de eigen (juridische) begeleiding te verbeteren. Dat is aardig gelukt. Aan de inzet van de aanwezigen zal het niet liggen. Het thema Genderspecifieke vervolging is weer op de kaart gezet. Er zullen naar aanleiding van deze dag concrete aanbevelingen volgen. Zo zal er voor de eerste opvang van homoseksuele vluchtelingen eigenlijk een netwerk moeten worden gevormd van onder meer COC, VluchtelingenWerk en Secret Garden, zodat cliënten wegwijs wordt gemaakt in de lokale homogemeenschap en de asielprocedure. Zeker gezien de buitengewoon trieste omstandigheden waarin cliënten veelal terecht komen als ze in een asielzoekerscentrum (AZC) worden geplaatst, met overwegend gevluchte moslims, is dit een groot punt van aandacht. Gevluchte homo’s dienen zich in Nederland veilig te voelen zodat zij optimaal en in alle openheid de asielprocedure kunnen ingaan. Daarbij moeten medewerkers van onder meer VluchtelingenWerk en Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden getraind in interculturele communicatie, kennis omtrent landeninformatie en persoonlijke benadering. Alleen dan kan Nederland een veilige toekomst bieden voor vluchtelingen die alles en iedereen hebben moeten achterlaten om in alle vrijheid en veiligheid te kunnen leven.
Michel Becker
Laatst aangepast (maandag, 05 december 2011 15:03)